menu

Nieuwsbrief

Info en aanmelding
Woonoord Beenderribben - het meest troosteloze onder de woonoorden 
2021-04-25

Zeventig jaar geleden, in de eerste helft van 1951 zijn ongeveer 12.500 Molukkers (toen nog Ambonezen genoemd) met twaalf grote scheepstransporten vanuit Java naar Nederland overgebracht. Tien jaar lang hebben een deel van deze Molukkers in onze streek in woonoorden gewoond. Reden voor de redactie om in het historisch archief - van onze vereniging - hun geschiedenis in relatie tot Wetering en omstreken eens te belichten. Het bleek een verhaal te zijn vol van frustraties, roverspraktijken, muziek en heel veel verhuizingen.

Woonoorden
De mannen onder de eerste groep Molukkers hadden - vaak van vader op zoon- in het gezag in Nederlands-Indië gediend: de meesten als militair bij het KNIL, maar sommigen ook bij de Koninklijke Marine. Zij en hun meereizende gezinsleden wisten niet anders dan dat ze tijdelijk naar het onbekende Nederland werden overgebracht. Van tijdelijkheid was echter geen sprake. Voor de meesten bleek dat er geen weg terug zou zijn. Lange tijd leefden de Molukkers afgescheiden van de Nederlandse samenleving in barakkenkampen oftewel 'woonoorden'. Ze mochten niet werken, ze mochten niet integreren en moesten zo min mogelijk in contact komen met de Nederlandse bevolking. Mede daardoor wist men lange tijd weinig tot niets over het verhaal achter de komst van de Molukkers naar Nederland.

Molukkers of Ambonezen
De soldaten uit de Molukken werden aanvankelijk allemaal Ambonezen genoemd. Dat dat niet klopte bleek uit de felle strijd tussen de groepen onderling, tot massale vechtpartijen aan toe. De Nederlandse kranten schreven voor het eerst genuanceerder en met iets meer kennis van zaken over de groep Ambonezen, die uit zeer uiteenlopende groepen Molukkers bleek te bestaan.

Ambonezen in Wetering en omgeving
In 1951 werden de duizenden Ambonezen in 90 woonoorden in Nederland gehuisvest. In onze streek kwamen eerst de KNIL-soldaten (Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger) met hun gezinnen in zowel 'Woonoord Eind van 't Diep' (Steenwijkerdiep Zuid 12), als in 'Woonoord Beenderribben' (Oeverweg 1). Iets dichter bij Steenwijk werden ook Ambonezen gehuisvest in 'Woonoord Pikbroek' (Steenwijkerdiep Noord 9 - tegenwoordig De Twin) waar nog goed is te zien hoe de barakken er toen uit zagen.
De Ambonezen verhuisden regelmatig naar andere woonoorden in Nederland.
In 1952 werden in 'Woonoord Beenderribben' vooral gezinnen van aanhangers van de CRAMS (Commissie Rechtspositie Ambonese Militairen en Schepelingen) gehuisvest. In de andere kampen zaten toen de gezinnen van de RMS (Republiek Moluku Selatan - Zuid Molukken) aanhangers en de vrijgezelle jongens. Voor de plaatselijke bevolking waren alle verschillende groepen Molukkers, echter allemaal 'Ambonezen'.


Woonoord Beenderribben 1952 - Foto: Nieuwe Leidsche Courant

Nieuwe cultuur
De Ambonezen brachten een nieuwe cultuur mee. Ze waren erg gastvrij, humorvol en muzikaal. De muziek lag goed in het gehoor bij de plaatselijke bevolking en in 1951 werd dan ook door buurtgenoten uit Wetering de Gimo's (Gitaar en mondorgel) muziekgroep opgericht, die veel krontjong liedjes speelden.
Door hun militaire achtergrond waren de Ambonezen ook erg sportief.
De kinderen gingen naar de scholen in Blokzijl en Wetering en zaten in aparte klassen. Meester Hiemstra werd speciaal voor deze kinderen in dienst genomen bij de openbare school in Wetering, omdat hij Maleis sprak.

Zakgeld
De Ambonezen ontvingen van het rijk zakgeld: 3 gulden voor een volwassene en 2 gulden per week voor ieder kind. Verder was in de woonoorden in eerste instantie alle verzorging vrij. De flinke Ambonezen, die de boeren hielpen bij het oogsten konden dan ook in de eerste jaren hun verdiende geld schoon in de hand houden. Financieel gezien hadden ze het niet minder dan de 'Grote Stadswerklozen' die in aangrenzende werkkampen werkten, maar dan wel door de week gescheiden waren van hun gezin. Na aftrek van de kosten voor levensonderhoud in het kamp en belasting, gingen zij met f 45,=, iedere vrijdag naar huis. En de mensen uit de streek hadden vaak nog veel minder inkomsten met hun werk in het veen, het riet, op de (keuter)boerderij of in de visserij.

Tijdelijk werd een leven lang
Helaas dachten de Ambonezen dat ze een half jaar in Nederland zouden blijven, maar het werd voor de meesten een leven lang. De beste soldaten van de KNIL werden door de Nederlandse regering als tweede rangs burgers behandeld. Ze waren stateloos en kregen ontslag en hadden dus geen werk meer. In de woonoorden hadden ze geen privacy of enig comfort. In combinatie met de onderlinge strijd tussen de verschillende aanhangers in de woonoorden liepen de frustraties zo hoog op dat dit o.a. tot hongerstakingen en massale vechtpartijen leidde.

Roverspraktijken
Daarnaast waren vanaf 1955 vele Ambonezen het niet eens met de 'nieuwe' uitkeringsregeling van de toenmalige regering: 60% van eventuele inkomsten door werk moest worden ingehouden. Dit leidde tot vele diefstallen in de streek. De Nederlandse regering stuurde daarom op dringend verzoek van o.a. Plaatselijk Nut Wetering een grote groep rijkspolitie om de rust te herstellen. Een groep van ca 50 politieagenten werd in de periode 1955 tot 1957 gehuisvest in 'Woonoord Eind van 't Diep', om de spanningen onder controle te houden. In april 1957 ging de laatste groep Ambonezen - aanhangers van de P.N.M.S.- alsnog akkoord met de uitkeringsregeling en de politiebewaking werd eindelijk opgeheven.

Laatste Ambonezen in Wetering
Aan het einde van de jaren vijftig besloot de regering dat de Ambonezen meer moesten integreren in de Nederlandse samenleving. Er werd niet langer meer van uitgegaan dat de Ambonezen op korte termijn uit Nederland zouden vertrekken. Onderdeel van het nieuwe beleid was dat ze vanuit de woonoorden moesten verhuizen naar nieuw gebouwde woonwijken in dorpen en steden. Groepsgewijs vertrokken de Ambonezen daarna vanuit onze streek naar andere woonoorden, met betere leefomstandigheden of naar een nieuwe woonwijk. Er bleven in die tijd nog een paar gezinnen over in 'Woonoord Beenderribben'. De leeg staande barakken werden toen al voor een deel afgebroken.
In november`1959 telde de openbare school in Wetering, dankzij de inbreng van 20 Amboneze kinderen uit 'Woonoord Beenderribben' nog 50 leerlingen. Op feestelijke foto's van het bevrijdingsfeest op 5 mei 1960 in Wetering zijn de laatste beelden te zien van Amboneze kinderen in onze streek. In 1961 werd het 'Woonoord Beenderribben' door de overheid omgevormd tot een oefenterrein van de BB (Bescherming Bevolking).

 
Bevrijdingsfeest 5 mei 1960
Schoolkinderen uit Wetering met juf Edinga en de laatse Aboneze kinderen

Nieuwsartikelen
Over de moeilijke en soms erbarmelijke leefomstandigheden van de Ambonezen in 'Woonoord Beenderribben' werden regelmatig artikelen geschreven in landelijke kranten, waar veel achtergrond informatie uit te halen viel, zoals:

- Zeeuws Dagblad - 15 september 1951
AMBONEZEN MOETEN ZELF GAAN HUISHOUDEN

De regering had besloten dat de huishoudelijke werkzaamheden, zoals het onderhouden en schoonhouden van de kampen en de bereiding van het eten niet meer door het aangestelde hulppersoneel van de D.U.W. (Dienst Uitvoering Werken van de overheid) zal worden gedaan, zoals koks, hulpkoks, kampmeisjes enz.
Ambonezen, die vanuit hun militaire ervaring als kok hadden gewerkt, dienden deze werkzaamheden over te nemen. De overheid bleef wel de levensmiddelen beschikbaar stellen en zij bleef verantwoordelijk voor het behoud en toezicht over de inrichting van de centrale keukens van de woonoorden.
Voor het volledige krantenartikel, klik hier

- Nieuwe Leidsche Courant - 8 oktober 1952
EEN GOOR WOONOORD IN DE GIETHOORNSE POLDER
In 52 kamers zijn 433 Ambonezen dicht op elkaar gepakt
Zal zulk een systematische verpaupering hun moreel ondermijnen?

In Woonoord Schattenberg bij Westerbork woonden in mei 1952 twee groepen Ambonezen bij elkaar. In dit woonoord was een kampraad van de B.P.R.M.S-Ambonezen. Maar de CRAMS-Ambonezen die in het zelfde woonoord woonden wilden graag een eigen kampraad, want er was veel wrijving tussen beide groepen. Het woonoordbeheer van Schattenberg was het hier echter niet mee eens en de voornaamste ondertekennaars van het verzoek en hun aanhang werden direct uit het woonoord verwijderd en naar het kamp Mantinge overgebracht. Alleen de mannen werden weggevoerd. De vrouwen en kinderen bleven in Woonoord Schattenberg achter.
Omdat men toch kennelijk met deze situatie in verlegenheid was gebracht, werd er later besloten om de gezinnen alsnog te herenigen en werd voorgesteld om de hele groep naar 'Woonoord Beenderribben' bij Wetering te verhuizen. Dit woonoord was vlak daarvoor net ontruimd van een andere groep Ambonezen en de CRAMS-mensen kregen zo hun zin. Ze zaten op zichzelf en ze konden hun eigen kampraad vormen.
Dat ze in Woonoord Beenderribben veel slechter behuisd waren was bij hen bekend, maar dat was voor hen geen beletsel om er naar toe te gaan.
Zo werden 100 echtparen met 205 kinderen en 19 vrijgezellen naar 'Woonoord Beenderribben' gebracht. De mensen gingen in 15 autobussen en de huisraad met 14 trailers.


1952 - Gezinnen Anponno Unbekna Tuluru in 'Woonoord Beenderribben'  -  Foto: Nieuwe Leidsche Courant

Omdat de kampbeheerder van 'Woonoord Beenderribben' er een stokje voor stak waren anders nog 80 mensen naar het woonoord verhuisd. De situatie zou tijdelijk zijn en op 1 september zou er een andere oplossing komen. Deze datum werd echter steeds uitgesteld en in oktober 1952 was de groep al uitgegroeid tot 433 Ambonezen die onder erbarmelijke toestanden in 52 kamers woonden. Drie gezinnen woonden in één kamer van 2,5 bij 3 meter. Aan de zoldering waren dekens bevestigd en achter die dekens waren de slaapvertrekken met ieder één bed. Ondanks alles ging het redelijk goed en braken er geen ziektes uit. Maar door het iedere keer uitstellen van het vertrek uit Woonoord Beenderribben en het ontbreken van een goede leiding door de Ambonezen zelf, werd het moreel bij hen vernietigd en waren velen niet in staat initiatieven te nemen om een werkzame kamppolitie te vormen en om het kampbeheer te helpen die voorzieningen te treffen, die iedereen ten goede zou komen en bovendien toe te zien op reinheid.
Voor het complete krantenbericht, klik hier
In december 1952 woonden er nog steeds 438 personen (Bron: Rijksbegroting 1953)

- Provinciale Zeeuwse Courant - 10 januari 1955
ONGEREGELDHEDEN IN AMBONEZENKAMP
Verdiensten niet opgegeven
In het kamp Beenderribben bij Steenwijk is grote onrust ontstaan doordat men vrijdag, gesteund door een dertigtal leden van de Rijkspolitie, over wilde gaan tot evacuatie van een aantal Amboneze gezinnen. Het betrof een overplaatsing naar de strafkampen te Heijthuisen in de Wieringermeer.
De politie zag zich genoodzaakt gebruik te maken van politiehonden, waarbij o.a. de bewoner Saimina ernstig aan het been werd gewond. De politie heeft een waarschuwingsschot gelost en van de andere zijde is geworpen met ketels en blikken. Tevens hadden kampbewoners met van spijkers voorziene stokken zich tegen de politie verzet. Het gevolg van het gevecht is geweest dat de evacuatie niet kon doorgaan.
Het conflict was ontstaan omdat een aantal Ambonezen van het salaris, dat zij hadden verdiend bij de boeren in de omgeving en bij industriëen in Steenwijk, niet een gedeelte wilden afstaan.
De regering had vastgesteld dat wanneer een bewoners werkt, hiervan 60 procent van het loon wordt ingehouden, maar zij behielden wel het zakgeld van f 3,= voor volwassenen en f 2,= voor ieder kind. De betrokkenen hadden echter hun verdiensten niet opgegeven, waardoor moeilijkheden ontstonden met de twee betaalmeesters, die in het kamp vervolgens door enige bewoners zijn bedreigd.
De Ambonezen hebben zaterdag hun standpunt gewijzigd. Zij zijn vrijwillig in autobussen geëvacueerd naar genoemde kampen.
Compleet krantenbericht, klik hier

- De Vrije Zeeuw - 30 mei 1956
POLITIEBEWAKING UIT HET AMBONEZENKAMP BEENDERRIBBEN TERUGGETROKKEN
Ongeveer 50 Ambonezen uit het kamp Beenderribben hebben maandag in Den Haag deelgenomen aan de protestactie tegen de nieuwe menage- en uitkeringregeling. Voor alle zekerheid was in de nacht van maandag op dinsdag een vrij sterke politiemacht naar de omgeving van het kamp gedirigeerd, in afwachting van de terugkomst van de Ambonezen. Deze arriveerden dinsdagochtend ongeveer half negen ordelijk in het kamp, zodat de politie zich in de loop van de ochtend heeft teruggetrokken. De Ambonezen weigerden namelijk nog steeds de nieuwe uitkeringsregeling te aanvaarden. Zij kregen daarom geen uitkering en voeden zich met aardappelen van de boeren uit de omgeving, vis die zij zelf vingen en zij verzamelden planten, die als groeten werden genuttigd.
Compleet krantenbericht: klik hier

- 17 juli 1956 - Brief Plaatselijk Nut Wetering aan burgemeester gemeente Steenwijkerwold
ROVERSPRAKTIJKEN AMBONEZEN

Er werd aandacht gevraagd voor de toestand in en om het beruchte Ambonezen kamp Beenderribben, dat deze onhoudbaar werd. De bewoners van dat kamp werden steeds brutaler ten opzichte van de bevolking en leefden er als vrijbuiters. Ze melkten overdag de koeien van de boeren in het weiland, stalen melk uit de aan de weg staande melkbussen. Verder werden er dertig kippen vermist bij zes inwoners. Bij één boer werd ca 500 kg aardappelen uit de bult geroofd, terwijl bij anderen de groetentuinen werden leeggehaald, enz, enz. Daarom werd beleefd doch dringend verzocht om weer politieversterking te sturen om de roverspraktijken van de Ambonezen de kop in te drukken.
Complete brief, klik hier

- Zierikzeesche Nieuwsbode - 7 augustus 1956
OOK IN STEENWIJKERWOLD MOEILIJKHEDEN MET AMBONEZEN
De gebeurtenissen in het Ambonezenkamp te Westkapelle hebben hun weerslag gevonden in het kamp Beenderribben bij Steenwijkerwold. In de loop van gistermiddag heeft een aantal bewoners van dit kamp in Steenwijk inkopen gedaan zonder hiervoor te betalen. Het betrof in hoofdzaak levensmiddelen. Bedragen tot 70 gulden werden er besteed. De Ambonezen weigerden voor de waren te betalen. Zij verklaarden dat de rekeningen naar de minister van maatschappelijk werk in 's-Gravenhave gestuurd moesten worden.
De Ambonezen uit het kamp Beenderribben hebben zich ook 's avonds niet onbetuigd gelaten. Enige groepjes kampbewoners hebben toen de boeren aan het melken waren, de melkers de gevulde melkbussen onder de handen weggehaald, met de boodschap, dat de rekening maar naar het ministerie van maatschappelijk werk gezonden moest worden. De Rijkspolitie heeft het kamp daarop onder zware bewaking gesteld.
In het kamp verblijven ongeveer 150 personen, allen aanhangers van de P.N.M.S.
Complete krantenartikel, klik hier

Voor meer informatie over deze situatie, zie ook:
- De Vrije Zeeuw - 8 augustus 1956
DE MOEILIJKHEDEN MET DE AMBONEZEN IN STEENWIJKERWOLD
Compleet uitgebreid krantenartikel, klik hier

- Provinciale Zeeuwse Courant - 5 april 1957
POLITITEBEWAKING OPGEHEVEN
De politiebewaking van het Ambonezenkamp Beenderribben aan de weg Steenwijk-Noordoostpolder is thans opgeheven, nadat de in 't kamp gehuisveste Ambonezen - leden van de P.N.M.S. - zich bereid hadden verklaard om de formulieren voor de nieuwe uitkeringsregeling te ondertekenen. Daarmee schijnt een eind te zijn gekomen aan het verzet tegen de door de regering getroffen maatregelen, dat zich verleden jaar had geuit in pogingen om zonder betaling levensmiddelen te bemachtigen en in diefstallen bij boeren in de omgeving van het kamp.
Compleet krantenartikel, klik hier